Bekendheid Utrechtse musea

Het Spoorwegmuseum is met afstand het bekendste museum van Utrecht. Maar liefst 74% van de Nederlanders die vorig jaar Utrecht hebben bezocht geeft aan het museum te kennen.

 27-01-2026

Bekendheid Musea

Het Spoorwegmuseum is met afstand het bekendste museum van Utrecht. Maar liefst 74% van de Nederlanders die vorig jaar Utrecht hebben bezocht geeft aan het museum te kennen. Daarmee staat het Spoorwegmuseum ruim bovenaan in een overzicht van (geholpen) bekendheidscijfers van Utrechtse musea. Dit blijkt uit het continue bezoekersonderzoek (BEMU) van Utrecht & Partners en het Centrummanagement Utrecht.

Op de tweede plaats volgt het Nijntje Museum, met een bekendheid van 52%. Ook Kasteel de Haar (36%) en het Centraal Museum (33%) genieten een relatief hoge naamsbekendheid onder het volwassen publiek. De middenmoot wordt gevormd door musea als Museum Speelklok (28%), Museum Catharijneconvent (25%) en het Rietveld Schröderhuis (23%). Deze instellingen zijn bij ongeveer een kwart van de volwassen Nederlanders bekend. Aan de onderkant van de ranglijst bevinden zich het Universiteitsmuseum (13%), Museum Sonnenborgh & Sterrenwacht (12%) en het Utrechts Archief (11%). De laagste bekendheid wordt gemeten bij Volksbuurtmuseum (7%), Kruideniersmuseum (6%) en Museum Hoge Woerd (3%).

De cijfers laten zien dat vooral musea met een sterke landelijke uitstraling of een uitgesproken familieprofiel een hoge bekendheid hebben onder volwassenen. Tegelijkertijd onderstrepen de resultaten het potentieel voor groei in zichtbaarheid bij kleinere en specialistische musea.

Avontuurzoekers kennen Utrechtse musea beter dan stijlzoekers – bekendheid groeit met de leeftijd
De bekendheid van Utrechtse musea verschilt sterk per leefstijl en leeftijd. Met name avontuurzoekers kennen de musea aanzienlijk beter dan stijlzoekers, terwijl ook duidelijke leeftijdseffecten zichtbaar zijn. Voor vrijwel alle musea ligt de bekendheid onder avontuurzoekers hoger dan onder stijlzoekers. Het verschil is het grootst bij grote publieksmusea. Zo kent 82% van de avontuurzoekers het Spoorwegmuseum, tegenover 68% van de stijlzoekers. Ook het Nijntje Museum (70% vs. 47%) en Kasteel de Haar (52% vs. 28%) laten grote verschillen zien. Uitzonderingen zijn vooral te vinden bij kleinere, meer inhoudelijke instellingen. Het Utrechts Archief, het Universiteitsmuseum, het Volksbuurtmuseum en Museum Hoge Woerd zijn relatief iets beter bekend bij stijlzoekers dan bij avontuurzoekers, al blijft de totale bekendheid hier beperkt. 

Bekendheid neem toe met de leeftijd
Ook leeftijd speelt een duidelijke rol. De bekendheid van musea neemt in vrijwel alle gevallen toe naarmate de leeftijd stijgt. Het Spoorwegmuseum is in alle leeftijdsgroepen het bekendst, met een piek bij 50-plussers en 65-plussers (meer dan 75%). Het Nijntje Museum scoort juist relatief hoog onder jongere volwassenen (18–34 jaar), terwijl musea als Kasteel de Haar, Museum Speelklok en Catharijneconvent vooral bekend zijn bij oudere doelgroepen. Kleinere musea blijven in alle leeftijdsklassen achter, wat wijst op groeipotentieel in zichtbaarheid, met name onder jongere volwassenen.

Conclusie
De resultaten laten zien dat Utrechtse musea niet één uniform publiek kennen. Bijna 67% van de Avontuurzoekers bezoekt graag musea, wat meer dan gemiddeld is. De Stijlzoekers bezoeken iets minder graag musea (51%). Grote, belevingsgerichte musea bereiken vooral avontuurzoekers en oudere doelgroepen. Deze groep bezoekt musea graag om geïnspireerd te worden en iets nieuws te beleven. Inspiratie, exclusiviteit en expressiviteit spelen een grote rol. Stijlzoekers geven de voorkeur aan musea die een exclusieve ervaring bieden, zoals vernieuwende, luxe faciliteiten geschikt voor groepen of individuen.

Tot slot
Utrecht & Partners voert ook een andere segmentatie studie uit voor de Utrechtse musea met behulp van het Culturele Doelgroepenmodel (CDM). Wil je meer weten hoe deze analyse zich verhoudt tot het CDM, mail dan naar onderzoek@utrechtparners.nl